
Op eerste kerstdag 2000 vertrokken wij vanuit het koude Nederland naar het warme Cuba. In Nederland lag een laagje ijs op de sloten, de zaterdag-ochtend voor kerst hebben we nog geschaatst naar Warder. Het was een prachtige tocht; de zon kwam koperrood net op en bescheen de met rijp bedekte weilanden van waar de schapen ons verbaasd aankeken. Het ijs was prachtig, maar nog niet op alle plaatsen betrouwbaar. Toen een aantal mensen aan het begin door het ijs waren gezakt besloten we het tochtje niet nog een keer te wagen. Na afloop dronken we een kopje chocomel waarna we de spullen voor de reis bijelkaar raapten. Het is wel vreemd om bij winterse temperaturen je zwembroek in te pakken.
Na vijftien uur reizen (overstap in Madrid) kwamen we om 9 uur ‘s avonds (cubaanse tijd) op Cuba aan. Paspoortcontrole ging gepaard met de nodige theatrale argwaan. Ik moest mijn bril afzetten en mijn haar naar achter doen, waarna de chagerijnige douanier m’n hoofd op zijn gemak zeer kritisch vergeleek met de afbeelding in mijn paspoort. Na wat problemen met een eveneens chagerijnige medewerker van de organisatie die de hotelvouchers verzorgt stapten we anderhalf uur later eindelijk in de taxi. Vanaf dat moment maakten we kennis met het vrolijke, vriendelijke, mooie cuba.

Na een tocht door de enorme stad Havanna zette de taxichauffeur ons af bij het St. John’s hotel. Het hotel was vrij eenvoudig en niet echt gezellig. In de badkamer moesten we steeds over een dode kakkerlak heenstappen (beide namen niet de moeite om het beest op te ruimen).
De volgende morgen gingen we ontbijten (we dachten eerst dat de vouchers inclusief ontbijt waren maar dat bleek een vergissing). Het ontbijt kostte tien dollar. We maakten de tandem snel klaar en vertrokken. De weg die we reden liep langs de kust en het water van de branding spatte over de weg. Ik herinnerde me de filmbeelden die ik had gezien van deze zelfde weg. Op eens kregen we de volle laag van een enorme golf die over ons heen spatte. Het was wel een mooi gezicht, die branding en aan de linkerkant de oude en nieuwe gebouwen. We worden ingehaald door oude auto’s en motorfietsen. Ook rijden er vreemdgevormde bussen. Het zijn een soort trucks met opleggers. Deze bussen worden door de bevolking “kamelen” genoemd. Dit om de vorm; de bus heeft boven de wielkasten twee verhogingen, maar ook om de geur die binnen in de bussen schijnt te heersen. Er kunnen namelijk wel driehonderd mensen in worden gestouwd.
Er rijden ontzettend veel oldtimers in de rondte. Je hoort ze al van verre aan komen rammelen. Samen met de prachtige omgeving zorgen ze voor een heel bijzondere sfeer.
De hele route die we vandaag rijden loopt langs de kust. We zien schoolkinderen in uniform. Witte blousjes met gele korte rokjes voor de meisjes. De tandem baart weer veel opzien. Op het vliegveld zagen we twee vrouwen die ook met een tandem gingen fietsen met nog twee mannen.
Om een uur of een komen we in El Salado aan. Daar nemen we een kamer. Hij kost 37 dollar wat wel vrij veel is. Het is een simpel huisje, maar wel met een toilet en douche en tv. Eerst wilde de deur niet open. Er werd een raam uit de deur gehaald en toen konden we naar binnen. We gingen wat eten in het restaurant wat er bij hoorde. Een lekker stukje kip met patat en tomaten en wat rijst.
Het is hier erg rustig. De meeste huisjes zijn vervallen en kunnen niet meer worden verhuurd. Wel een hele mooie lokatie. Helaas wordt hier als bouwmateriaal veelvuldig gebruik gemaakt van koraaal. Zo zie je dus hoe het komt dat in een paar jaar tijd een derde van het koraal in de wereld verdwijnt.
‘s Avonds trakteerde een Cubaan ons op Rumcoco (rum in een cocosnoot met cocosmelk). De cocosnoot bevatte meer rum dan cocosmelk dus ik voelde me al snel aangeschoten.
De eerste indruk van Cuba is dat heteen beetje een rommelig land is. Veel vervallen gebouwen, vrolijke mensen. Ook wel armoede. Toen we in een klein dorpje even van de snelweg afwaren zag ik een aantal huisjes die me een beetje aan de kampongs in Indonesië deden denken. De koffie die ik bij het zwembad krijg is in ieder geval goed. De zee is woest door de stevige wind die uit het noord-oosten komt. Overdag was er vrij veel bewolking waardoor de temperatuur rond de 25 graden blijft. We moeten wel aan de taal wennen. Ik versta de mensen wel maar om zelf iets te zeggen is een heel ander verhaal.
De volgende ochtend helaas geen ontbijt. Van het restaurant werden we naar het zwembad verwezen, van het zwembad naar de caffetaria en vanuit de caffetaria weer naar het zwembad. Na een uur kregen we het heen en weer en bracht de receptioniste ons gelukkig naar een winkeltje aan strand. Daar kochten we pakje sap, crackertjes en een blikje smac. We picknickten op het strand en gingen daarna op pad richting Cabanas.
De weg loopt langs de zee en later het binnenland in. Er is weinig verkeer. Het is een stuk warmer dan gisteren want de zon schijnt nu fel. We filmen bij een brug een stukje van een rivier. Witte reigers,mangrove bomen en roofvogels.
Even later worden we door een politieagent aangehouden. Hij spreekt Duits (waarchijnlijk heeft hij een opleiding gehad in de DDR). Hij wilde weten waar we heengingen en wat we aan het filmen waren. Ik herinnerde me een bord verboden te filmen en zei dat het te veraf was voor een goede foto.
Er vliegen veel roofvogels boven ons hoofd. We rijden door Mariel, een industrie stad. Overal leuzen op de fabrieken en foto’s van de helden van de revolutie als Martiz en Che Guevara. De wegen worden steeds mooier. Af en toe rijdt er een stokoude cadillac uit de jaren vijftig langs of een afgeladen bus. We rijden door kleine stadjes.
In Cabanas gingen we weer op zoek naar voedsel. In de winkeltjes lag echter niet veel, alleen een paar blikjes en een zakje zoutjes. Net toen we de zak zoutjes open zouden trekken passeerde er een vrouw die net haar tanden in een overheerlijke dubbelgevouwen pizza zette. We ontdekten dat via een raampje in een particulier huisje stiekem pizza’s werden verkocht. Ik sloot me dus snel aan bij de Cubanen die in de rij stonden. Terwijl ik stond te wachten wisselde ik een dollar voor Cubaanse pesos. Zo had ik twee pizza’s voor maar een halve dollar. Als je goed om je heen kijkt zie je dat er overal handeltjes gedreven worden om zo een centje bij te verdienen. Ze hebben groot gelijk. Al pizza etend besloten we van richting te veranderen en het binnenland in te fietsen richting La Terazza. Het was een prachtige rustige route door bergen en langs prachtige meertjes waar helemaal niemand woont.
Af en toe komen er flinke klimmetjes. We willen naar Las terrazas. We rijden de hele dag en komen uiteindelijk bij een slagboom waar een natuurpark begint. We horen dat het hotel waar we heen willen vol zit. We kunnen wel naar een kamer van een particulier maar we kunnen het adres niet vinden. We kwamen eerst bij een boerderij met een man die vol met zweren zat en later bij een ander huis wat ook niet het goede was. We besloten om dan maar door het natuurpark te rijden. Toen we langs het hotel reden wilden we toch nog eens kijken of er echt geen kamer was. We beweerden dat er vanuit Havana voor ons geboekt was, maar daar trapte de receptioniste niet in. We kregen toen het adres van een vrouw die een kamer verhuurde. We reden er heen. We werden hartelijk ontvangen door Anna. Het was een eenvoudig huisje maar de kamer was netjes. We wilden er graag overnachten. We moesten de fiets binnen zetten want anders zouden “ze” het zien. We liepen door het dorpje en dronken wat op een terras aan een meertje. Toen we weer terugkwamen vroeg Anna of we bleven eten. We wilden eerst in een restaurant eten maar ze zei dat ze spaghetti ging maken en dat was natuurlijk heel goed voor ons na een dag fietsen. Het was heerlijk. De buurman kwam nog even langs. Hij sprak goed Engels en vertelde over de omgeving en over zijn werk als landbouwdeskundige in dit natuurgebied. Hij verzorgt ook ecologische rondleidingen in dit gebied. De huizen in deze streek waren in de jaren zeventig neergezet door de regering om de levenstandaard van de mensen die hier meestal als boeren werkten te verbeteren. Nu werken de meeste mensen in de bosbouw of in de touristenindustrie.
We gingen vroeg slapen omdat we erg moe waren van het fietsen. De overgang vanuit Neerland naar deze warmte en de inspanning van het fietsen is iets waar je eerst een weekje aan moet wennen.
De volgende morgen worden we om een uur of acht wakker en krijgen een lekker ontbijt. We maken een paar foto’s met de videocamera en krijgen het adres zodat we de foto’s later kunnen opsturen naar Anna en Raoul. Ook hun zoontje hebben we vereeuwigd. De dochter was al naar school. Het waren hele aardige kinderen die rustig hun gang gingen ondanks onze aanwezigheid.
Het valt me op dat de mensen heel vriendelijk zijn maar niet opdringerig of nieuwsgierig. Ze zijn heel belangstellend, maar stellen geen vragen zoals in Azie over wat alles kost en over je burgerlijke staat enz. Wat dat betreft is dat een verademing. Je kunt ook rustig ergens gaan zitten zonder dat je onmiddellijk wordt omgeven door tientallen mensen.
De route die we vandaag reden is prachtig. Het is een beschermd natuurgebied met prachtige vegetatie. Wel heftig fietswerk. De afstand tussen La Terazza en Soroa is maar 17 kilometer, maar wel met flinke steile klimmen. We moesten zelfs een paar keer afstappen en de tandem samen omhoog duwen. Dit ging met een hoop gezweet en gehijg gepaard. We waren dan ook blij dat we in Soroa bij een prachtig hotel (huisjes om groot zwembad) aankwamen. Het was een Horizontes-hotel, dus we konden met een voucher betalen. Bas sprong gelijk met zijn fietsbroek nog aan in het zwembad.
We gingen wandelen in de omgeving. Eerst naar een rots over een pad waar af en toe ook paarden langskwamen. Toen we boven waren hadden we een mooi uitzicht over de omgeving. We dachten dat het pad naar een waterval liep, maar dat bleek een ander pad te zijn. Toen we weer beneden waren gingen we bij het restaurantje wat eten en drinken. Ik nam mijn eerste mojito. Er speelde een bandje cubaanse muziek. De bongospeler was erg goed. Sandy vroeg of ze ook het nummer Chan Chan wilden spelen. Ze deden het. Een mooie uitvoering. We filmden tijdens het spelen. De muzikanten vonden het leuk dat er iemand belangstelling had voor hun muziek. We bedankten ze en gaven wat geld.
Later liepen we naar de waterval die best de moeite waard was om te zien. Sandy wilde er nog onder gaan staan maar het water was erg koud dus dat deed ze toch maar niet.

We gingen weer terug naar het hotel en even later begon het te stortregenen. We lieten een kamer reserveren in Havana voor de 31e zodat we oud en nieuw in Oud Havana kunnen vieren.Het hotel ligt in het centrum van de stad.We gaan dan met de trein naar Havana toe.
Soroa – San Diego de los Banos
Een tocht van ongeveer 60 kilometer. Vanuit Saroa verlieten we al gauw de bergen. De weg ging het eerste stuk pijlsnel naar beneden. Daarna liep de weg door landelijk gebied met tabak- en suikerrietplantages, langs een enorme ganzenfokkerij en door kleine dorpjes waar varkens vrij rond scharrelen. We rustten even uit in het centrum van de stad en bekijken het dagelijkse leven dat zich voor ons afspeelt. Ossen, oldtimers, overvolle bussen, fietsers, paarden, het is een drukte van belang.
Je ziet hier ook nog veel paard en wagens en ossenkarren omdat benzine schaars is. De vrachtwagens en bussen die wel rijden braken enorme rookwolken uit waar we af en toe zowat in stikken. Soms zie je in kleine dorpjes winkels waar grote groepen mensen in de rij staan om iets te kopen. Er is een voedselschaarste. Misschien komt dat omdat het transport ook een probleem is. Je ziet alleen maar hele oude vrachtauto’s rondrijden. Er is vrij veel armoede. Bij het Cubaanse gezin waar we gisteren aten was dat toch wel heel duidelijk zichtbaar. De mensen houden zich in leven maar ze hebben totaal geen luxe. Gelukkig weten ze wel hoe ze touristen aan moeten pakken. We betaalden voor een heel eenvoudig maal 6 dollar per persoon (we dachten eerst dat we hadden afgesproken dat het voor twee personen 6 dollar was). We betaalden omdat ik vond dat die mensen het zo arm hadden en toch hun best deden om iets te regelen waardoor ze het wat beter krijgen. Ik denk wel dat de touristendollars een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Ik hoop alleen dat de mensen niet teveel gaan overvragen. Vaak is het gebodene niet in overeenstemming met de prijs en dat kan er uiteindelijk toe leiden dat de touristen wegblijven. Soms is het ook weer verrassend goedkoop.
We fietsen de stad uit en krijgen als we net de stad verlaten hebben een lekke band, ondanks dat we voor de vakantie banden hebben laten monteren die niet lek kunnen. We baalden dus flink.
In San Diego de los Banos verblijven we in een prachtig koloniaal hotel. We drinken een paar Cuba Libres bij het zwembad en maken daarna een wandeling door de stad. We lopen over een gammele brug over een grote rivier. Er staan prachtige oude gebouwen in de stad. Ook een heel oud zeer stijlvol hotel. Dit is echter een Pesos hotel, wat inhoudt dat er alleen Cubanen kunnen overnachten. Tijdens de wandeling ging bas onderuit (waarschijnlijk een Cubana libre te veel). Meteen lopen een paar Cubanen naar ons toe en vragen bezorgd of Bas zicht niet bezeerd heeft. Dit vind ik wel bijzonder. In Nederland loopt iedereen gewoon door als er iemand voor dood neervalt op straat.
We fietsten de volgende dag in de regen naar Pinar del Rio. Een mooie route maar helaas door de regen was het wat minder leuk. Langs de route stonden veel vreemde indianen hutten. Onderweg aten we lekkere, vreemde hapjes bij een stalletje bij een fabriek. Een Cubaan liet me een soort zoete pindakaaskoek proeven, erg lekker en calorierijk wat goed voor het fietsen is.
Het hotel in Pinar del Rio is een erg lelijk jaren 70 gebouw. Het was er erg druk, maar er was nog een kamer vrij. De inrichting van de kamer was ook helemaal seventies. Wel grappig, maar voor de rest niet veel bijzonders.
We liepen naar het station om te informeren hoe laat er de volgende dag een trein naar Havana zou gaan. Ze vertelden ons daar dat de trein zeven uur over een stukje van nog geen 200 km. deed. We besloten om dan maar met de bus of met een taxi te gaan. Een taxi kostte ongeveer 20 dollar en de bus 7 dollar per persoon.
We besloten om de volgende dag een taxi te nemen De tandem hebben we in een afgesloten ruimte gezet met onze bagage. We vonden al snel een jongen die ons voor 20 dollar naar ons hotel in havanna wilde brengen.We reden er heen over de snelweg. Een beetje een saaie route maar wel snel. We waren er in anderhalf uur. Het hotel waar we in terecht kwamen was slecht maar wel vlak bij het centrum. We gingen de stad in en bekeken eerst oud havana Prachtige oude vervallen gebouwen. Mooie straten en schitterende oude auto’s. Door het weinige verkeer is de sfeer ontspannen. Je kunt overal rustig lopen zonder omver gereden te worden.
In elk cafe of restaurant speelt live muziek. Overal klinken de ons bekende liedje van de Buena Vista Social Club in de oren. De meeste bands spelen zonder versterkers en het klinkt meestal heel goed. We bezoeken verschillende restaurants en bars en beluisteren de muziek en bekijken de mensen. Je ziet iedereen met flessen drank sjouwen voor de festiviteiten van vanavond. We drinken alvast wat mojito’s maar niet teveel anders zijn we al moe voordat het echt gaat beginnen.
‘s Avonds belanden we uiteindelijk in een bar met een prachtige gietijzeren wenteltrap. We drinken er en luisteren naar de muziek. Er speelt een band met een goede trompettist. Ik zie een paar meisjes zich klaarmaken voor een optreden. Ze hebben kleine bikini’s aan en veren op hun hoofd. Later dansen ze op de muziek van de band. Het ziet er wel goed uit vooral omdat ze er zelf echt plezier in hebben. Later gaat iedereen dansen op de opzwepende klanken van de muziek.
Uiteindelijk is het nieuwe jaar aangebroken en we wensen elkaar een gelukkig nieuwjaar. Ik hoop dat er weer een hoop goede dingen gaan gebeuren. Afgelopen jaar is het druk geweest met de verbouwing van het huis. Dit jaar zal het wel wat rustiger worden.
We gaan nog naar een andere bar waar we een tijdje met een gitarist praten. Uiteindeljk gaan we terug naar ons hotel. We slapen tot de volgende ochtend. Ik word om een uur of negen wakker. We pakken onze spullen in en gaan naar een ander hotel omdat deze kamer slecht is. Het andere hotel is een stuk beter en ligt aan de grote wandelboulevard.
We hangen nog wat rond in Havanna en aan het eind van de middag hebben we bij het superdeluxe hotel aan de overkant bij zwembad gezeten.
Toen we in onze kamer langs de spaanse televisiezenders zaten te zappen kwam op de spaanse CNN opeens Volendam in beeld. De wirwar bar was helemaal uitgebrand. De ellende is dat we geen spaans begrijpen dus we weten niet hoeveel slachtoffers er zijn gevallen, maar het zal wel heel erg zijn, anders is het geen wereldnieuws. Voor een heleboel mensen en misschien wel voor bekenden van ons is het nieuwe jaar dus heel dramatisch begonnen.
‘s avonds hebben we bij een Spaans restaurant gegeten op aanraden van een Nederlander. Goedkoop maar ontzettend lekker; lamsvlees. Mooie live-muziek door drie zingende gitaristen. We zaten eerst verkeerd, in het restaurant ernaast. Daar kostte een cuba libre 6 dollar. Het zat er echter vol met touristen, alleen om het feit dat Hemmingway, de schrijver van het beroemde boek “the old man and the sea”, hier ook ooit een drankje dronk. Ons maakt het niets uit wie er nu waar een drankje gedronken heeft, dus gingen we weer snel weg.
De volgende dag gingen we op zoek naar een taxi terug naar pinar del rio. De idioten vroegen voor het ritje maar liefs 100 dollar, terwijl de rit van Pinar del Rio naar Havanna maar 20 dollar kostte. Dan met de trein? Net vertrokken (duurt trouwens 6 uur). We besloten daarom naar het busstation te gaan, maar dat is aan de andere kant van de stad. Na een aantal kilometers te hebben gelopen namen we een brommobiel. Het was anders nog minstens 5 km lopen. Bij de ticketverkoop moest je twee keer in een rij staan. In de ene voor het kaartje in de andere voor een stempel. De bus zou over een uur vertrekken en kostte 7 dollar per persoon. Ik ging nog even buiten kijken terwijl bas wachtte, je weet maar nooit. Ik vroeg de eerste de beste cubaan die ik tegen kwam om een taxi en tot mijn verbazing had hij een taxi voor maar 14 dollar, dus even duur als de bus. In anderhalf uur zoefden we naar Pinar del Rio. Daar stond de tandem nog keurig op zijn plekje.
Na wat te hebben gegeten en de fietskleren aan te hebben getrokken vertrokken we weer op de tandem richting Vinales. Een prachtige route, maar wel zwaar. Twee jongens op fietsen zonder versnelling fietsten zo’n 10 kilometer met ons mee. Die knapen hadden hele sterke benen, ze fietsten zonder versnellingen met gemak de bergen op. Alleen bergafwaarts waren wij sneller, door het gewicht dat wij meezeulen. Na nog een laatste beproeving (het hotel heeft uitzicht) kwamen we aan bij ons volgende verblijf voor twee nachten. Het is een mooi hotel met zwembad.
We kwamen om drie uur aan. ‘s Avonds lekker gegeten op het terras met uitzicht op de vallei.
De volgende dag gingen we naar de grot van de indianen. Een ritje van zeven kilometer met de fiets. Deze keer zonder bagage. Dat rijdt toch wel een stuk makkelijker.
De bergen zijn hier heel bijzonder. Smalle bergen met platte bovenkant. Het was heel lang geleden een plateau waar onderaardse rivieren stroomden. Op een gegeven moment is het plateau in elkaar gestort en zijn alleen de ‘pilaren’ blijven staan. Er zijn veel grotten, maar ook aan de buitenkant van de bergen barst het van de stalagtieten en stalagnieten.
We bezochten een grot. Eerst liepen we door een nauwe gang, waarna we met te veel touristen in een te klein bootje stapten. Ook in de grot weer een hoop stalag-tieten en -nieten.
Buiten de grot kwamen we een man tegen die op een os reed. Er stond een man suikerrietsap te persen. We dronken een glaasje. Het smaakt zoet en verfrissend. Daarna fietsten we weer naar Vinales.
Op een pleintje in Vinales gingen we even zitten.
Ik bekeek een fiets met een klein hulpmotortje. Het zat net zo in elkaar als vroeger een “eitje”. In Nederland bestaat zoiets niet meer maar het werkt wel. Het motortje drijft een rol aan die direct op het wiel gezet wordt.(op de buitenband). De solex had hetzelfde principe maar was al weer te zwaar om mee te fietsen.
Je ziet hier ook in elke stad wel iemand die aanstekers vult met een gasfles. De weggooiaansteker is hier nog niet geintroduceerd.

We gaan weer terug naar het hotel waar we van kamer ruilen omdat er ook met een nog mooier uitzicht zijn. Ik heb de tandem vanochtend helemaal schoongemaakt met een paar sokken van Sandy. Dat was wel twee uur werk, maar nu is hij weer helemaal schoon. De ketting weer geolied en een paar losgetrilde moertjes van de bagagedragers vastgezet. Alles werkt nog goed. Ik vind alleen dat er teveel speling op de trapassen zit en de derailleurafstelling is niet geruisloos. Verder moeten er nog andere velglinten op om problemen met lekke banden te voorkomen. We kunnen misschien nog wat gewicht besparen door minder gereedschap mee te nemen. Veel dingen heb ik nu dubbel mee. Misschien nog wat minder kleding. Een t-shirt is genoeg, ik heb er nu drie mee en twee fietsbroeken is ook teveel.
We wilden ‘s ochtend vertrekken naar Maria la Gorda. Er is daar maar één hotel en daar was geen plaats. Dat viel dus af. Toen wilden we proberen om toch naar het eiland Caio Levisa te gaan maar dat was ook vol. We besloten om dan maar eerst terug te gaan naar Havana en vanuit daar of langs de Noordkust of dwars door te steken naar Mantanzas. Het begon te regenen wat het uitzicht om eerst naar een plaats aan het strand te gaan niet zo aantrekkelijk maakte. We wachtten tot het droog werd en vertrokken toen richting Pinar del Rio. Het was een mooie rit die nu grotendeels naar beneden liep.

Toen Bas onderweg even stond te plassen vond ik een hoefijzer. Je weet maar nooit waar het goed voor is, dus stopte ik hem in een fietstas.
Terwijl we een buitenwijk van pinar del rio inreden belandde de achtervelg weer op de straat. M.a.w. de band was hartstikke lek en niet meer te plakken. Weer die kl… velg.
Door de golf zout water die we in Havanna over ons heen kregen, was de bout van het achterwiel flink geoxideerd en niet meer los te krijgen. Een aardige Cubaan bemoeide zich ermee en bood ons vervoer naar havanna aan. Dat was geluk bij een ongeluk, daar hoefden we ons in ieder geval niet meer druk om te maken.
Een passerende duitser op een fiets gaf ons een flesje olie om op de vastzittende bout te doen. Inmiddels arriveerde onze chauffeur naar Havanna en aangezien iedere autobezitter op Cuba ongelofelijk handig moet zijn, kreeg hij de bout snel los. In no time was met zijn hulp een nieuw achterbandje omgelegd. We moesten hierna even wachten omdat ze een imperial voor het autootje moesten regelen.
Terwijl we stonden te wachten bood een oud vrouwtje in een schommelstoel mij de andere schommelstoel naast haar op de veranda aan. Ik ging naast haar zitten terwijl Bas op de tandem lette. We praatten en schommelden wat, maar begrepen geen woord van elkaar.
Na een tijdje kwam de autobezitter terug en laadden we de tandem op de auto. Dit was geen gezicht; die grote tandem die aan twee kanten uitsteekt op dat kleine gammele Lada-achtige autootje.
We reden via binnenweggetjes richting Havana. Heuvelafwaarts ging de motor in zijn vrij om benzine te sparen. Even later gingen we de snelweg weer op.
Toen we een auto inhaalden (we reden wel 70 km per uur) begon de motor te stotteren en we moesten aan de kant waar de chauffeur wat onder de mototkap rommelde en even later gingen we weer verder. Halverwege reed hij plotseling naar links door de middenberm om te vragen wat er aan de hand was bij een stilstaande buick. Die bleek wat olie nodig te hebben.
We reden weer verder. Na een tijdje kregen we een lekke band. Logisch, alle banden zijn tot op het canvas versleten. De auto moest op de krik getild worden en even later was dat probleem ook weer opgelost. We tankten wat benzine en kochten een sandwich.
Even later reden we door een gat in een hek weer de grote zesbaansweg op. Het scheelt natuurlijk altijd weer een druppel benzine als je de grote op- en afritten niet gebruikt. Tja, brandstof is op Cuba schaars, dus duur.
Je ziet overal mensen staan die proberen te liften (soms met een dollar in hun hand) of wachten op een vrachtauto waar ze met een man of vijftig opspringen. We komen uiteindelijk weer in Havana aan. Het laatste stukje moeten we fietsen omdat hij anders problemen kan krijgen met de politie. We betalen 25 dollar en rijden naar het hotel waar we de vorige keer ook sliepen.
Eerst nog lekker gegeten bij het Spaanse restaurant achter Fridolito’s. Er was een trio wat prachtig zong en gitaar speelde. Ze zongen een mooi liefdeslied bij onze tafel. We liepen daarna terug naar ons hotel en gingen slapen.
De volgende morgen reden we met de tandem naar de busterminal. We konden het eerst niet vinden maar uiteindelijk kwamen we er aan.
We regelden er een auto naar Jaguay Grande en daarvandaan fietsten we naar Playa larga aan de Varkensbaai waar de Amerikaanse invasie werd afgeslagen. We reden op een weg door het Zapata moeras.
De weg naar playa larga was heel erg recht, waardoor de afstand van 35 kilometer dubbel zo lang leek. Je zag de weg in de horizon verdwijnen. In Nederland heb je dat nergens, behalve op de afsluitdijk. Het landschap is drassig. Het ziet er uit alsof er zo een krokodil vanuit de berm te voorschijn kan komen.
We hadden voor de wind en de zon scheen lekker.
Na een uurtje kwamen we nog langs een krokodillenkwekerij.
Tenslotte arriveerden we bij het hotel dat aan het strand ligt. Ruime bungalows met zit- en slaapkamers. We lopen langs het rustige strand en drinken wat.
Ik maak van de kapotte binnenband een ander velglint voor het achterwiel zodat we nu hopenlijk geen lekke banden meer krijgen.
We horen bij de receptie dat het volgende hotel waar we heen willen geen horizontesvouchers accepteert. Dat systeem werkt dus niet best. Of er is geen plaats of ze accepteren de vouchers niet. Wij hebben nog de mazzel dat we drie weken hebben om die dingen op te maken maar dat lukt denk ik toch nog niet. Als je gewoon moet betalen is het 50 dollar voor een kamer dus dan schiet het geld lekker op.
We blijven hier nog een dagje extra zodat we lekker in het zonnetje kunnen zitten en mischien wat snorkelen. We konden voor 10 dollar bij iemand thuis kreeft eten maar ik heb er niet zo’n zin in. Misschien morgen. We zijn moe van het geregel en gefiets. Een dag rust kan geen kwaad. Je moet hier elke dag wel iets regelen om te zorgen dat alles gaat zoals je wilt. Het is allemaal een beetje primief.
Playa Larga
Vandaag is het prachtig weer en we liggen op het strand van Varkensbaai met nog een stuk of tien andere toeristen. Je kunt hier ook snorkelen. Er zit niet zoveel vis langs de kant misschien moet ik straks nog eens wat verder uit de kant proberen. Sandy is nu aan het snorkelen. Ze is al een tijdje bezig dus daar zal wel wat meer te zien zijn. Ik heb het na een dag op het strand toch wel weer gehad. Twee weken op een strand zitten kan ik dus niet meer. Ik moet wat te doen hebben. Je zou hier wel leuk kunnen zeilen. Misschien bij Varadero, maar daar staat de wind op de kust zodat er wel flinke golven zullen staan.
We vertrokken vanochtend vanuit playa Larga naar Playa Giron. Een weg langs het strand. Het was prachtig weer maar we zijn allebei een beetje moe. Het is maar een klein stukje fietsen, zo’n 40 km. dus dat valt mee. Het is warm. Een strakblauwe lucht en zee. Er zitten hier allerlei soorten vogels. Maar heel af en toe komt er een auto langs.
Het Hotel van playa Giron is een all-inclusive hotel met mooie ruime bungalows aan zee. Voor een vast bedrag kunnen we dus eten en zuipen zoveel we willen. Nu, we zorgen als echte Hollanders wel dat we ons geld er uit halen. Er zijn drie restaurants met allerlei heerlijkheden.
Playa giron is vergeven van de duitsers. Nog nooit heb ik zo veel van die vreselijke stereotype duitsers bij elkaar gezien. Enorme buiken met foute hempjes met ‘I-love-Tunesie’ opdruk en hierop zo’n charmant heuptasje en natuurlijk vanaf de ochtend bier drinken (het is per slot van rekening een all- inclusieve hotel). Vandaag hoorde ik zelfs een duitser bij het buffet naar worst vragen, aaargh! Er is zelfs een duitse tv-zender.
Toch zijn we hier twee dagen gebleven, want we ontdekten een catamaran en surfplanken. We informeerden naar de prijs, maar de watersport-faciliteiten bleken ook bij het all-inclusive pakket te behoren. We hebben dus gecatamarant en gesurfd. Geen bierbuiken daar, want de jetski doet het niet.
Ik vond het surfen wel eng, want ik had nog nooit eerder met een branding en een koraalrif te maken gehad. Ik was als de dood dat ik in een roller terecht zou komen en de surfspullen en mezelf op zo’n rif zou slopen. Dat viel echter wel mee, maar doordat er net te weinig wind stond maakte het zwalken op de plank het surfen te zwaar voor me, zodat ik al snel weer terugkeerde. Er waren geen trapezes, maar met behulp van een bidonhouder van de tandem, een spanband en een zwemvest creeerden we een prima trapeze.
Ik kijk uit over de Caribbische zee en denk aan hoe het nu in Nederland is. Zou er nog ijs liggen? Het blijft een raar idee dat je in de hitte zit en dat het thuis misschien wel keihard vriest. Voorlopig genieten we hier van de zon. Over een week zijn we al weer bijna thuis en dan denken we weer aan hoe het op Cuba was.
Vanochtend met prachtig weer vertrokken om het eiland dwars over te steken naar het noorden. We kunnen dan met een paar tussenstops eerst naar Varadero en dan verder langs de kust richting Havana rijden. We wilden niet dezelfde route rijden als op de heenweg dus reden we een rondje. De route leidde deels door een moerasgebied en langs bananenplanages. Na 60 kilometer bleek dat we een stuk verkeerd hadden gereden en daardoor 23 kilometer teveel hadden gedaan. Uiteindelijk kwamen we in Jaques Grande aan de snelweg uit. We hadden 110 kilometer gereden en dat is in dit klimaat toch behoorlijk veel. We hadden ook nog tegenwind.
We namen een particuliere kamer voor 20 dollar met ontbijt en ‘s avonds voor 5 dollar avondeten. Het was een mooie maar vermoeiende fietsdag.
De volgende dag rijden we naar de kust. Na ons ontbijt vertrokken we naar Varadero. Eerst reden we langs sinasappelbomen, toen langs bananenbomen en daarna langs suikerriet plantages. We hadden de hele dag de wind pal tegen en het fietste daardoor heel zwaar.
Na 100 km kwamen we bij een mooi horizontes hotel aan.
Het kostte normaal 100 dollar, maar een voucher was ook goed voor een nacht. We douchten en gingen toen naar het strand. Prachtig surfweer maar geen planken en de rode vlag was gehesen.
We aten ‘s avonds in een Creools restaurant. Weer mooi gezang aan tafel. Lekker geslapen. De volgende morgen is het weer prachtig weer.
Varadero, 11 januari 2001.
We wandelen langs het strand. Er staan alleen hotels van hooguit vijf verdiepingen. Het is dus nog niet helemaal verpest. Het is wel het meest toeristische gebied van Cuba. Er is allerlei strandvermaak. Catamarans, zeilbootjes enz. Zelfs een deltavlieger met een rubberboot eronder. Alleen is het allemaal nogal prijzig. Een uur catamaran varen 20 dollar. Tien minuten met de deltavlieger 15 dollar. We hebben een uur gezeild met de catamaran. Er stond een prachtige wind, 5bft. Het was een hoby 15. Hij zeilt prima. Het ging nog net zonder trapezes. We genoten ervan.
Na twee dagen Varadero hadden we het wel gezien. We vertrokken om 12 uur richting Mantanzas. We wilden ergens aan de kust bij een campismo (= kleine zeer eenvoudige huisjes) blijven, maar dat werd verbouwd dus daar werden geen huisjes verhuurd. Dat was heel jammer want het was een prachtig plekje aan zee.
We reden toen verder tot de rivier bij mantanzas. Daar was een rivier met ook een campismo. We aten eerst wat in het restaurant en gingen daarna naar de overkant. De huisjes zijn heel simpel en er is verder niks. Een hoop lawaai uit luidsprekers en een paar lekke roeiboten. Aan de andere kant zijn speedboten. Misschien morgen eens kijken of het leuk is om een uurtje op de rivier te varen.
We zijn naar boven gelopen en zitten op een terrasje met uitzicht over de rivier en de brug. Er rijden gele NZH bussen overheen, met de tekst: pas op zwenkt uit!
We zijn helemaal genezen van het verblijf op een Campismo. De hele nacht een ongelofelijke klereherrie. Er was een soort schoolreisje en de kinderen hadden een disco. Dat ging dus tot twaalf uur door, maar daarna begon het geschreeuw en gekrijs naar elkaar. Tot een uur of vier ‘s ochtends ging het door.
Ik was blij dat we er konden vertrekken. We fietsten de hele dag langs de kust. Het laatste stuk stonden er veel olieboortorens langs het strand en het stonk er erg. We moesten af en toe nog flink klimmen.
We hadden 100 kilometer gereden toen we eindelijk bij onze bestemming aankwamen: Santa Maria del Mar. Maar daar waren de hotels veel te duur dus we moesten weer 5 kilometer terug. Er werden veel kamers verhuurd, maar toen we iets vonden dat ons wel aanstond bleek dat we er de volgend dag om 7 uur al uit moesten. We pakten onze spullen weer in en gingen op zoek naar iets anders. Toen we dat gevonden hadden bleek dat je het huis niet voor een nacht kon huren. Ik had al uitgepakt en kon dus weer inpakken. Uiteindelijk kwamen we bij twee mensen in huis die een kamer verhuurden. Ze spreken gelukkig een beetje Engels.
De mensen zijn heel aardig en het kamertje is keurig. Er is een douche met een electrische douchekop voor warm water. Om deze in te schakelen moet je een schakelaar overhalen waar dan grote vonken vanaf springen. Heel link in zo’n vochtige ruimte, maar ja, het gaat waarschijnlijk al jaren goed, dus genoten we toch maar van de warme douche.
We douchten ons en gingen toen kijken of er iets te eten was te krijgen. Er zijn genoeg restaurants dus dat was geen probleem.
De volgende dag reden we naar Havana. We moeten daar de fiets weer inpakken voor de terugreis. We reden het laatste stukje zonder problemen. Toen we vlak bij de tunnel bij de baai van Havana kwamen werden we ingehaald door de ‘fietsbus’. Hij stopte en de tandem werd ingeladen. In de bus staan geen stoelen. De hele bus stond vol met fietsen en een enkele bromfiets. Na de tunnel konden we uitstappen.
We reden naar het hotel waar de fietsinpakspullen stonden, maar de kamer die we besproken hadden konden we niet krijgen. We moeten naar een ander hotel (Capri) dat was gelukkig om de hoek.
Dit is soort maffiahotel uit de jaren 50. Al Capino heeft er nog geslapen. Nieuwsgierig keek ik in het hotel of er nog ergens kogelgaten of zoiets in de muur zaten, maar helaas. Veel vergane glorie. Het hotel telt 19 verdiepingen. Boven op het dak is een zwembad. Het uitzicht is prachtig. Je kunt de hele stad overzien.
In de hal regelden we een taxi naar het vliegveld. Het meisje dat het voor ons regelde vertelde dat het de eerste keer was dat zij zoiets regelde. Leuke wetenschap…
We gingen per brommobiel naar de oude stad. We liepen wat rond en gingen naar O’Reilly’s waar dezelfde band als met oud en nieuw speelde. We praatten wat met de muzikanten. Later gingen we nog naar een andere bar. We waren allebei een beetje aangeschoten. Een paar Cubanen vertelden dat er ergens anders nog goede muziek was. We gingen er met ze naartoe maar toen beek dat het een nachtclub was en of ik even de entree wou betalen (ongeveer 38 gulden). Ik voelde me belazerd en we gingen weg naar ons hotel. Ik baalde ervan dat ze er vanuit gingen dat wij geld zat hadden en dat wel even betaalden terwijl ik al de drankjes had betaald. We gingen terug naar ons hotel.
De laatste dag gingen we naar de markt in oud Havanna. We gingen met een fietstaxi. Het is ook wel eens leuk om zelf rondgefietst te worden. We kochten een paar bongo’s en een fles rum en een tasje met halsketting gemaakt van pitjes voor Sanneke. De sigaren zijn veel te duur, ook in de sigarenfabriek. (tussen de 15 en 50 gulden per stuk).
Het busje dat ons met de tandem naar het vliegveld brengt was maar een kwartier te laat. Pfjieuw, we werden al een beetje zenuwachtig, want meestal als we zelf een taxi op Cuba moesten regelen duurt het een paar uur, naast het feit dat het dan een hoop dollars kost. We komen ruim op tijd op het vliegveld aan.
Dan blijkt dat de vlucht van de vorige dag is gecanceld. Er staan dus al veel mensen 24 uur te wachten. Uiteindelijk word achter ons een lint gespannen en iedereen gesommeerd weer achter in de rij te gaan staan. Wij doen net of we het niet snappen en worden toch ingecheckt. Uiteindelijk gaat het vliegtuig twee uur later dan gepland weg. Er heerst een vrolijke stemming in de vertrekhal. Er wordt flink gedronken en er spelen salsa-orkestjes.
We vertrekken naar Madrid, maar als we daar aankomen is onze aansluitende vlucht naar Amsterdam net 3 minuten vertrokken. We moeten nu weer vier uur wachten. Pas om acht uuur vertrekken we.
Ik lees nog in de krant dat het 6 graden vriest in Nederland! Meteen na aankomst in Nederland misschien schaatsen??